Het komt in de praktijk veelvuldig voor dat werkgevers zich ‘genaaid’ voelen door een werknemer na diens ziekmelding en dan (te snel) handelen uit emotie.
Dat is weliswaar begrijpelijk vanuit emotie, maar juridisch gezien uiterst risicovol. Dat blijkt ook weer uit een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
Wat was er aan de hand? Een magazijnmedewerker van een bouwmaterialenhandel zat thuis met klachten. Op een feestavond werd hij door collega's evenwel gespot in een café (van een vriend), waar hij hielp met het ophalen van glazen en het tappen van bier. Voor de werkgever was de maat vol: Iemand die geen energie zou hebben om te werken, maar wél in een kroeg kan helpen? Ontslag op staande voet!
De rechter ging daar niet in mee. Ja, de verontwaardiging van de werkgever was begrijpelijk. En ja, ook collega’s vonden het moeilijk te verteren. Maar dat maakt een ontslag op staande voet nog niet gerechtvaardigd. Het cruciale punt in deze zaak: de werkgever had zelf geoordeeld dat het werk in het café onverenigbaar was met de arbeidsongeschiktheid. Volgens de kantonrechter is dat een medisch oordeel en had dus eerst aan de bedrijfsarts moeten worden voorgelegd. Door dat niet te doen en direct te escaleren naar ontslag, handelde de werkgever te snel. Bovendien vond de rechter dat minder vergaande maatregelen voor de hand lagen, zoals een loonstop. Lees de gehele uitspraak desgewenst hier.
Uit deze uitspraak blijkt opnieuw dat je er als werkgever verstandig aan doet om niet op de stoel van de bedrijfsarts te gaan zitten. Voordat je overgaat tot ontslag, is het sowieso verstandig om het volgende in gedachten te houden:
Dat iets wringt, betekent nog niet dat ontslag gerechtvaardigd is. Juist in dit soort situaties loont het om een stap terug te doen en zorgvuldig te handelen. Dat voorkomt dat een gevoel van onrecht uitmondt in een kostbare juridische misser.
© 2026 Advocaten van Nu