Een blikje Red Bull, een zakje nootjes, een paar eurocent uit de kassa. Het klinkt als niks, maar toch kan het meenemen of nuttigen van zulke kleine dingen op het werk leiden tot ontslag op staande voet. Rechtspraak laat zien dat werkgevers soms keihard ingrijpen bij wat op het eerste gezicht een zeer kleine misstap lijkt. Maar waarom worden deze 'mini-diefstallen' juridisch zo zwaar aangepakt?
Het uitgangspunt is helder. In artikel 7:678 BW wordt diefstal, verduistering en bedrog expliciet als voorbeelden voor een ontslag op staande voet genoemd. De wet maakt daarbij geen onderscheid naar de waarde van dat wat gestolen is. Of het nu gaat om iets met heel veel waarde of juist heel goedkoop maakt eigenlijk niet uit. De werknemer die zich schuldig maakt aan diefstal, schendt het vertrouwen van de werkgever. Dat vertrouwen is de basis van elke arbeidsrelatie en als dat eenmaal is geschonden, kan van de werkgever niet meer worden gevergd de samenwerking voort te zetten.
Rechters benadrukken dit keer op keer. Neem bijvoorbeeld deze uitspraak: een medewerker van een horecagelegenheid kreeg ontslag op staande voet omdat zij vijftig cent (ja, echt maar vijftig cent) die een klant voor het toilet had betaald, in haar broekzak stak in plaats van in de kassa. De rechter oordeelde dat het ontslag terecht was. Diefstal is diefstal en de werknemer is door het handelen niet te vertrouwen.
Veel werkgevers hanteren strikte huisregels, vaak met een zerotolerancebeleid voor diefstal of fraude. Werknemers worden bij aanvang van hun dienstverband gewezen op deze regels en moeten deze soms zelfs ondertekenen. In deze uitspraak werd een teamleider van Albert Heijn ontslagen omdat hij zeven flessen Dreft had meegenomen zonder te betalen. Ondanks zijn verweer dat hij dacht dat het weggeefbeleid van toepassing was omdat hij daar als “klant” stond en niet als werknemer, oordeelde het hof dat de schending van de huisregels een dringende reden voor ontslag vormde. De teamleider had als leidinggevende juist het goede voorbeeld moeten geven.
Dergelijke strikte regels zijn niet willekeurig. Werkgevers in de retail hebben te maken met grote voorraden en veel personeel. Zonder heldere normen en consequente handhaving dreigt een cultuur waarin 'een beetje meenemen' normaal wordt. Rechters erkennen dit belang en geven werkgevers ruimte om streng op te treden. Het helpt daarbij enorm indien er duidelijke schriftelijke regels zijn opgesteld.
Toch is ontslag op staande voet bij “mini-diefstallen” geen automatisme. Rechters moeten altijd alle omstandigheden afwegen, waaronder de persoonlijke situatie van de werknemer. In deze uitspraak ging het om een werknemer met 37,5 jaar dienstverband die koeken en lineaaltjes had meegenomen. De rechter oordeelde dat de diefstal bewezen was en dat dit onacceptabel was maar het ontslag op staande voet te ver ging. Dit gelet op zijn lange staat van dienst en persoonlijke omstandigheden. Wel werd de arbeidsovereenkomst ontbonden, maar met doorbetaling van salaris en een transitievergoeding.
'Mini-diefstallen' worden juridisch groot omdat ze raken aan de kern van de arbeidsrelatie: vertrouwen. Werkgevers mogen strenge regels hanteren en daar consequent op handhaven. Rechters geven hen daarin ruimte, ook al gaat het om producten van geringe waarde. Persoonlijke omstandigheden kunnen verzachtend werken, maar wegen lang niet altijd op tegen de ernst van de vertrouwensbreuk. Wie denkt dat een vijftig cent of wat afwasmiddel geen kwaad kan, vergist zich. In de ogen van de wet is diefstal diefstal, groot of klein. En ja, zelfs een mini-diefstal kan dus je baan kosten.
© 2026 Advocaten van Nu